• Johan Boef

De moeder aller stempelposten

Je hebt stempelposten in houten schaatsketen met rood-geblokte gordijntjes, je hebt stempelposten in zelfgetimmerte multiplexhokjes ergens ver weg bij een rietkraag, met een halfbevroren stempelaar die braaf zijn plicht doet, je hebt de rokerige cafe’s waar stempelen gepaard gaat met de inname van grote hoeveelheden Berenburg. En je hebt het Wapen van Benschop.



Het Wapen was indertijd onderdeel van de Tocht die ik in de jaren ’80 meermalen met mijn vader schaatste: de 2 provinciëntocht. Die ouderwetse spelling alleen al maakte het het rondje van 40 kilometer de moeite waard, al kreeg je er het zwarte ijs op de kronkelige Vlist, de eindeloze weidsheid van de witte weilanden en de voordewindse stukken op maaltochten en weteringen er gratis en voor niets bij. En natuurlijk het Wapen van Benschop, dat ’s winters ineens niet het Benedeneind lag, maar aan de Korenmolenvliet.


Want daar kwamen we van het ijs. Als je vanuit de polder de groene schuur achter het Wapen zag liggen wist je dat je er in feite al was. Dat je even kon rusten, op temperatuur komen, de stramme benen even rust geven, een warme chocolademelk drinken samen met pa. En stempelen natuurlijk, want die kaart moest vol.


De brede afgeronde voorgevel en de twee bovenramen geven het Wapen van Benschop een goeiig, wat log uiterlijk, waardoor je je in de buik van een vriendelijk monster waande. Het was de enige stempelpost waar we wat langer bleven, bij de overige reed mijn vader na stempelen resoluut door, en kon ik natuurlijk niet achterblijven. Maar bij het Wapen werd altijd gerust, al duurde het nooit langer dan 1 kop chocolademelk.


Het was er soms zo druk dat we in de rij stonden om naar binnen te kunnen, daar bij de houten steiger net voor het kwakelbruggetje over de vliet. Eenmaal binnen kluunde je over lagen slordig uitgerold oud tapijt een ruimte binnen waar een vettige warmte je omhelsde. Het plafond was vrijwel onzichtbaar door een dikke laag sigaren- en sigarettenrook. Het geroezemoes van de vele gasten werd nog niet zoals tegenwoordig overstemd door net iets te harde muziek, hoewel op de achtergrond alle keren dat ik er kwam waarschijnlijk exact hetzelfde cassettebandje tot slijtens toe werd afgespeeld.


Binnen aan het tafeltje overkwam de mengeling van allerhande typen schaatsers, stamgasten en ijverige stempelaars mij, terwijl mijn oren gloeiden, mijn ogen prikten en mijn brillenglazen besloegen door de damp van de warme drank. Behalve de tochtrijders zat het vol met lui uit de buurt, op zoek naar aanspraak en gezelligheid. Rokend, en drinkend, er was niemand die er aanstoot aan nam.


Ze keken sowieso niet op van hun kaartspel of wat ze ook aan het doen waren, want die stroom schaatsers ging de hele dag door. En zo misten ze wat mijn vader en ik niet misten: dat een wat mollige schaatser in een Marlborro-jack, kwam stempelen en een bord bitterballen verorberde. De dame die hem vergezelde was gezegend met een fraaie techniek, de twee ernstig en spiedend rondkijkende heren uit het gezelschap die de twee op afstand volgden waren op dat gebied wat minder begaafd.


In mijn beleving blijft Het Wapen van Benschop de moeder aller stempelposten, maar helaas staat het nu te verpauperen, en dat doet toch een beetje pijn. Het verval is al een tijd gaande: het pand werd in 2011 geveild, en verkocht aan een aannemer die overleed voor hij zijn plannen kon waarmaken, waardoor er jaren niets mee gebeurde. Het Wapen gaat zeer binnenkort gesloopt worden, waarmee een plek waar vast ook anderen letterlijk warme herinneringen aan hebben, zal verdwijnen.


Het goede nieuws is dat het Wapen in dezelfde stijl zal worden herbouwd, en de bestemming hetzelfde zal blijven. Maar of er nu een restaurant, een eetcafé of een hotel in komt, te hopen valt dat we er ooit ook weer kunnen stempelen.



2 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven