de sluis_edited.jpg

De sluis van Boreft

februari 2022

Het leek een diepe put met altijd gitzwart water, die Bodegraafse sluis. Met twee kolken, zware sluisdeuren en een meerpaal van een meter dik was het de plek waar doordeweeks vrachtschepen en in de weekenden en zomer pleziervaart geschut werd.

 

Het was zo’n plek die een enorme aantrekkingskracht had op jongens als ik, op mijn vriendjes Luuk en Arie, die ook in de buurt woonden. Logisch, want er gebeurde altijd wat in en rond de sluis, die nog altijd midden in het dorp ligt. Schepen van Nooitgedagt of Otto Ambaghtsheer die meel vervoerden, kwamen meerdere keren per dag langs en legden het dorp compleet lam. Het was de ultieme smoes als we te laat op school kwamen en die we zo vaak gebruikten dat de klas in de lach schoot als je er weer mee aankwam: de brug was dicht. Of open eigenlijk, maar wij zeiden altijd dicht.

 

Varende werelden

En als die brug dan open of dicht was, dan stonden we te wachten, vaak verveeld en gehaast, soms gefascineerd door alles wat zich in de sluis afspeelt. De kop van de schipper die al z’n stuurmanskunst nodig had om in die smalle sluis te manoeuvreren, de dekknecht die in de weer was met touwen en met geschreeuwde aanwijzingen. Dan kwam er ineens zo’n wereld op zich onder de brug door. Je keek naar binnen door de kleine raampjes in het leefgedeelte van zo’n schip: een miniatiuurversie van de eigen woonkamer, een keukentje met servieskasten, een keukentafel, later steeds vaker een tv. Op het dek stonden vaak fietsen, bij de grotere schepen vaak zelfs een auto, wat iets fascinerends had. Een auto op een schip, ergens wrong dat. Eén schip had zelfs een aapje bij zich, dat was helemaal mooi.

 
Schermafbeelding 2022-02-01 om 12_edited.jpg

Sprong naar de meerpaal

Op de terugweg hingen we vaak rond bij de kolk. “Als je hier in valt, dan overleef je het niet”, vertelde mijn moeder wel eens waarschuwend, wat die hele sluis nog eindeloos veel interessanter maakte. De eigenaardige sensatie dat een misstap je het leven zou kosten maakte het natuurlijk nog meer de moeite waard. Een meerpaal, een goeie meter van de hoge kade maakte de uitdaging compleet. Als de sluis gevuld werd, of als er bij veel water gespuid werd, kwam het water dan ook met grote kracht naar binnen stromen. Kolkend water. Letterlijk. Daar konden we dan naar kijken, naar de draaiingen, soms dooie vissen of opgemalen rommel, riet of kalmoes uit de polder, soms zelfs slachtafval, dat vonden we in al z’n gorigheid helemaal mooi. Een enkele keer konden de sluisdeuren zelfs niet dicht omdat er een koeiekop tussen zat. De sprong naar het plankje aan de meerpaal, was een sprong over die zwarte doodsdreiging heen. Want dat wisten we zeker: viel je er in, dan was je er geweest. Punt. Het gebeurde gelukkig niet.

 

Onder het ijs

In de winter was de sluis het domein van een krankzinnige hoeveelheid watervogels. Het was echt het enige stukje van het dorp dat niet bevroor, en dat wist iedere meerkoet, eend of zwaan uit de omgeving. Als ik ‘s avonds in mijn bed lag, kon ik het gesnater soms nog horen. Als we gingen schaatsen op de Rijn, stapten we bijna vanuit het huis op bij wat wij ‘het slootje van Turkenburg’ noemde. Naast het huis van mijn vriendje Henri en naast de sluis. Tien meter rechtsaf en je stond aan de rand van het ijs te staren in het zwarte, koude water, want de sluisdeuren werden ijsvrij gehouden. Linksaf de rest van de bevroren wereld, want daarvandaan kon je echt overal naartoe. Naar Nieuwkoop, of de Wiericke af richting de Hollandse IJssel die weer toegang verschafte tot het gebied rond de Vlist, of simpelweg rechtdoor naar Woerden natuurlijk, maar dat was te makkelijk. Rechtsaf was de kortste weg, maar ook de gevaarlijkste. Die bracht je direct bij de rand van het ijs en dat had natuurlijk dezelfde aantrekkingskracht als die meerpaal ín de sluis. Eén stap en het was gebeurd. Dus stonden we daar op die rand macaber te fantaseren over wat er gebeurt als je onder het ijs terecht zou komen en dan voorbij zou drijven terwijl het halve dorp aan het schaatsen was. ‘Dat zou wel een stunt zijn’, zij Thijssie, een toen nog broodmager vriendje, op droge toon.

 
51090823_2237835326543168_326313056596393984_n_edited.jpg

Sip in de suis

Maar terug naar de sluis, waar altijd gewerkt werd, waar altijd bedrijvigheid was. De twee sluis- en brugwachters De een simpelweg een jongere kopie van de ander, een soort twee eenheid die me wel deden denken aan Peppi en Kokkie, al kwam dat misschien door het brugwachtersuniform dat ze droegen. Ik dacht altijd dat ze vader en zoon waren, maar dat was niet zo. Soms gaan mensen na jaren samenwerken op elkaar lijken, in ieder geval in mijn verbeelding. Maar ze waren de hele dag in touw. Onderhoud, verven, die brug moest natuurlijk omhoog, schepen moesten worden geschut. En er moest natuurlijk gepraat worden, veel gepraat, met de ouderen van het dorp die bij de sluis bij elkaar kwamen. De pruimtabak spuwend over de reling van de brug hingen. 


 ‘Sit een sip in de suis, moet gesut worden’, kwam Kees Witte, een ietwat simpel mannetje dan spugend vertellen als een van de twee brugwachters een enkele keer ‘s afgeleid was. Dat schutten was een routine die nooit verveelde. De sluisdeuren aan de voorkant waren kant dicht, het schip er in, sluisdeuren erachter dicht, dan de spuigaten open waardoor het schip kon zakken naar het volgende niveau. Sluisdeuren voor open, brug open (of dicht volgens ons) en het schip kon weer verder en waren wij natuurlijk te laat op school. Het mooist was het als een schip vast kwam te zitten op de lage drempel van de sluis. Dan kon je eindeloos te laat komen en het halve dorp liep uit vanwege de sensatie.

 
sluis.jpg

Franse lijken

Soms werd de sluis uitgebaggerd. Ik heb nog altijd een vermoedelijk 17e eeuwse pot die ik van de baggerschuit waar ik met Luuk op was geklommen had gered. Eigenlijk waren we aan het kijken of we overblijfselen konden vinden van Franse soldaten die er tijdens het rampjaar van 1672 in waren gekegeld, toen ze bezig waren Boreft uit te moorden. Het verhaal ging dat er bij werkzaamheden ergens in de jaren 20 van de vorige eeuw, botten, helmen en wapenstukken waren gevonden, dus dat fascineerde ons mateloos en we hoopten een restant van zo’n massamoordenaar te ontdekken.

 
de sluis_edited_edited.jpg

Vervangen van de sluisdeuren

Toen op een mooie zomerdag de sluisdeuren werden vervangen, bleven we uiteraard kijken, mijn beste vriendje Luuk en ik. Hoe de kraan die enorme hardhouten stukken timmerwerk die tonnen moesten wegen op z’n plaats hees. Ik heb de neiging om in mijn beleving dingen eindeloos veel groter te maken, maar als ik de foto terugzie, dan was dit precies zoals dit was. Het is leuk te zien dat er beeld was van Een Dag Bij de Sluis. Ik sta daar als 9-jarig jochie. Met korte broek en sandalen, voor de Amro-bank gefascineerd te kijken naar het tafereel. Luuk staat waarschijnlijk net niet in beeld, maar hij was er wel, dat weet ik zeker. We waren onder de indruk van het gebeuren en snapten nu waarom de brugwachter altijd zo’n rood gezicht kreeg als hij die sluisdeuren open of dicht moest draaien. Het deel onder water hadden we natuurlijk gemist, maar zagen we nu recht voor onze neus.

 
sluis-nu.jpg

De Rijn als levensader

De sluis was het pulserende hart van het dorp. Waar ouderen verhalen en pruimtabak herkauwden. Waar kinderen als ik speelden, het liefst met wat gevaar. Waar we onze hengels uitwierpen, waar we soms vol spanning stonden te wachten omdat we weer eens te laat gingen komen, waar we op ouderjaarsavond enorme bommen in wierpen omdat het zo lekker klonk. En natuurlijk, vroeger was alles beter, dat zegt iedere generatie. Er staat nu een vervelend kindvriendelijk hekje langs de kade, de meerpaal met opstapje is verdwenen en de koude winters waarin de Rijn werd opgesierd met een mooie dikke ijsvloer lijken tot het verleden te horen. Het hart van het dorp, waar alles zich op aanpaste, de vrachtschepen die werkten als de regelmatige hartslag, de Rijn als levensader, dat is verleden tijd. Maar de sluis ligt er nog altijd, het water gitzwart. Misschien ‘s tijd dat ik bij het hekje met leeftijdsgenoten wat verhalen ga herkauwen. Dan is dit alvast een begin.